Na 47 jaar is het ondanks dit grote trauma, die onze
familie nog steeds beheerst, voor mij een groot voorrecht om als zus van de
twee omgekomen broers; Antoon en Jozef Janssens, hier op deze plaats
u te kunnen bedanken voor al hetgeen u voor onze familie heeft gedaan. In
het bijzonder wil ik postuum bedanken de gebroeders Oostra, Hendrik en
Gerrit, die onze familie gastvrij in hun midden opnamen, nadat onze ouders
met ons in Diever kwamen, gevlucht voor de bombardementen.
Hoe groot moet het verdriet geweest zijn van deze twee
mensen, toen zij hoorden dat deze twee jonge en vrolijke jongens Antoon en
Jozef, in de leeftijd van 18 en 14 jaar, door de bezetter zonder enige
noodzaak van de straat waren geplukt en samen met 7 andere Dievernaren en
één toevallige voorbijtrekkende kermisreiziger op een gruwelijke manier
waren neergeschoten.
Dit onbeschrijfbare verdriet moet gelijk geweest zijn
aan het grote verdriet dat onze ouders hadden, die nu bij hen zijn, en
natuurlijk het verdriet van ons, hun broers en zussen. Waren deze twee jonge knapen
niet een deel van ons leven geworden.
Ik was nog te klein, amper 6 jaar, om al dit lééd en verdriet te kunnen
bevatten, maar hoe ouder ik werd hoe meer ik begon te beseffen en te
begrijpen wat de woorden van mijn broer Antoon aan die Duitse officier
betekende:

Antoon
" Laat Jozef naar huis gaan......hij
is pas 14 jaar "

Jozef [ Joseph ]
Antoon voelde diep in zijn jongens hart,
dat deze dag de laatste dag van zijn leven zou zijn en hij wilde dat zijn broer
Jozef waarvan hij zielsveel hield zou blijven leven om deze gruweldaad door
te geven aan het nageslacht. Niets mocht baten en samen stierven zij één
vreselijke dood, een dood door de kogels uit een automatisch geweer van de
bezetter, die zij géén duimbreed in de weg hadden gelegd.
Bijna dagelijks worden wij als broers en
zusters van Antoon en Jozef geconfronteerd met deze gruwelijke moord op twee,
néé op 10 onschuldigen, die op zo'n gewelddadige manier om het leven werden
gebracht.
Deze dag, 10 april, die avond, en uur,
staat bij véle Dievernaren diep in het hart gegriefd en ik weet dat door het
plaatsen van dit monument ter nagedachtenis aan de vele oorlogs-slachtoffers,
in het bijzonder de slachtoffers die hier in Diever vielen zij aan het
nageslacht duidelijk willen maken dat de dood altijd op de loer ligt, maar
ook dat een moord zoals hier in Diever is geschied nooit of te nimmer
herhaald mag worden.
Ik wil vanaf deze plaats, na zovéél jaren,
onze dank uitbrengen aan alle Dievernaren die ons hebben bijgestaan om het
leed te overwinnen en aan te kunnen, dat over onze familie was gekomen. In
het bijzonder wil ik het Nederlandse Rode Kruis en de Kerkgenootschappen van
Diever en Zorgvlied bedanken, die ons zoveel troost hebben gegeven in deze
moeilijke dagen.
Een bijzondere dank wil ik brengen aan
Mevrouw Greveling-Kuiper, voor ons Eeltje Kuiper, die ons na de noodlottige
moordpartij een geweldige steun en toeverlaat was en die nog steeds als zij
het kerkhof bezoekt om haar overleden man een groet te brengen ook onze
beide broers Antoon en Jozef een groet brengt.
Tot slot wil ik namens mijn broers en
zusters iedereen bedanken, in het bijzonder de heer Koop Westerhof, die deze
afschuwelijke dag van zo nabij heeft meegemaakt en de dood in de ogen heeft
gezien, doch door een wonder dit drama overleefde, het gemeente bestuur van
Diever en de vele anderen die er voor gezorgd hebben dat dit monument tot
stand kwam, om aan allen die hier op deze plaats gefusilleerd zijn postuum
eer te bewijzen.
Dank u.
Spreker:
E.C.A.A.M. Janssens.