De oorlog breekt uit op 10 mei 1940.
Binnen de Gemeente Diever worden geen gevechten gevoerd.
Wel ontstaat schade door o.a. het opblazen van de bruggen over de
Drentse Hoofdvaart, de Geeuwenbrug, de Dieverbrug, de Oldendieverbrug en de
Wittelterbrug. Na capitulatie blijken er wel
enige inwoners van de gemeente Diever gewond, waarvan één ernstig, te zijn
geraakt in de strijd elders in het land. Zij herstellen gelukkig allen.
Het eerste dodelijke slachtoffer van Diever valt op woensdag 21 oktober
1942, helaas ook nog door geallieerd vuur. Bij een aanval van geallieerde
vliegtuigen werd het werkkamp in Oude-Willem gemitrailleerd. Hierbij werd de
16-jarige Gerrit Kuiper, werkzaam als kampknecht aldaar, dodelijk
gewond en stierf ter plaatse.
In de loop van de bezettingstijd werd steeds meer een beroep op het
Nederlandse volk gedaan om zich in te zetten voor de Duitse zaak, zoals
dienst nemen in het Duitse leger en het leveren van mankracht in de Duitse
Industrie. Toen hiervoor te weinig respons kwam werden hele mannelijke
bevolkingsgroepen verplicht zich te melden voor de arbeid in Duitsland.
Ook veel Dievernaren moesten gaan werken in Duitsland waarbij twee
slachtoffers vielen te betreuren,
namelijk:
Jan Booiman, overleden op 29 juli 1943 te Warnemünde;
Abraham Oostra, overleden op 26 september 1944 te Osnabrück.
Velen weigerden te werken in Duitsland en moesten onderduiken, waar door
het aantal onderduikers enorm toenam. Onderduikers
verloren hun recht op voedselbonnen. Om toch aan de benodigde bonnen te
komen werden overvallen gepleegd op
distributiekantoren. Hiermee is één van de redenen genoemd waarom het verzet
in de vorm van de Knokploegen zo medio 1943 enorm toenam.
Zo ook in Diever waar onderduikers in het bekende onderduikershol "De
Wigwam" te Berkenheuvel al snel in het verzetterecht kwam en daarbij veel
samenwerkte met de KP-Meppel. Men heeft veel nuttig werk gedaan waaronder 2
keer een overval op het gemeentehuis te Diever, waarbij naast bonkaarten en
blanco persoonsbewijzen, ook het bevolkingsregister en het archief register
verdwenen. Verder heeft men gevangen mensen bevrijd, veel onderduikers
geholpen en getransporteerd en ook heeft men geallieerde vliegtuigbemanning
opgevangen en getransporteerd. Het voert op dit
moment te ver alles te noemen. Helaas kostten deze
ondergrondse activiteiten ook slachtoffers. Naar
aanleiding van de tweede overval op het gemeentehuis te Diever, werd in
Sappemeer op 15 juli 1944 de ondergedoken 1e ambtenaar ter secretarie van de
gemeente Diever, Thils Gerhardus Drupsteen, gearresteerd, en na
enkele verschrikkelijke verhoren op 18 augustus te Vught gefusilleerd.
Op 22 november, tegen de dageraad, verscheen plotseling een grote groep
Duitsers in Diever. Eén groep arresteerde mensen in Diever en Dwingeloo
terwijl de andere groep feilloos naar het onderduikershol reed om de daar
verblijvende mensen te arresteren. Op de 27e was men terug en arresteerde
mensen in Wapse en Dwingeloo. Van de totaal dertien arrestanten wist slechts
één, Gerrit Temminqh, de concentratiekampen te overleven.
Zij die hun leven lieten zijn:
Johannes Bosscher uit Diever,
14 maart 1945 te Neuengamme.
Jannes Dolfing uit Dwingeloo,
3 mei 1945 te Lübeckerbocht.
Jan Eqqink uit Wapse,
28 april 1945 te Neuengamme.
Roelof Eqqink uit Wapse,
30 april 1945 te Neuengamme.
Thils Eqqink uit Wapse,
6 april 1945 te Wöbbelin.
Auke Feenstra uit Dwingeloo,
30 april 1945 te Sandbostel.
Cornelis Marinua Groenewoud uit Diever,
21 februari 1945 te Neuengamme.
Hilbert Gunnink uit Diever,
14 april 1945 te Ravensbrück.
Jelte Koopman, uit Dwingeloo,
26 februari 1945 te Luwigslust.
Geert Gerhardus Koster, uit Diever,
24 maart 1945 te Wöbbelin.
Sebastiaan van Nooten uit Diever,
24 mei 1945 te Rotenburg.
Hermannus Vos, uit Diever, 30 april 1945 te Wöbbelin.
Begin april naderden de Canadese legers de zuidgrens van Drenthe.
In de nacht van 7 op 8 april 1945 landden op de Hezenes nabij Diever
een groep Franse parachutisten als onderdeel van de operatie "Amherst" die
heel Drenthe en een gedeelte van zuidoost Friesland besloeg.
De opdracht aan deze parachutisten was:
- verhinderen dat de bruggen in de opmarsroute werden opgeblazen;
- het stichten van verwarring onder de vijand door onder andere de
transport
activiteiten te storen;
- het in actie brengen van de verzetsbeweging en het verstrekken
van inlichtingen
en gidsen aan het oprukkende Canadese leger.
De Franse parachutisten zochten direct contact met het plaatselijk verzet.
Besloten werd de NSB-burgemeester P.O.Postumusen een belangrijke NSB-er, een
plaatselijke caféhouder, te arresteren. Alleen de burgemeester werd
gearresteerd en even later de beruchte WA-man Stefan. Deze activiteiten
brachten een bevrijdingsstemming onder de Dieverder bevolking, waardoor een
levensgevaarlijke situatie ontstond. In de morgen
van 10 april werden enkele NSB-evacué's doorenige jongemannen uit Diever af
getuigd. Eén van deze NSB-ers wist naar Steenwijk te ontkomen waar zijn zoon
deel uitmaakte van een afdeling Waffen-SS. Vroeg in de middag verschenen de
Duitsers in Diever om orde op zaken te stellen. Zij splitsen zich in twee
groepen. Eén groep arresteert willekeurige burgers terwijl de andere groep
optrekt tegen de Franse parachutisten. De
plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten was inmiddels
onderweg naar de parachutisten vanwege het vervelende voorval van die
morgen. Hij wilde de para's overhalen de groep NSB-ers te arresteren om
verdere moeilijkheden te voorkomen. Twee
plaatselijke BS-ers stonden achter de begraafplaats tegen de Hezenes te
wachten op de terugkeer van hun commandant toen ze werden verrast door de
komst van de Duitse SS-ers. Ze trachten over de open es naar de bossen te
ontkomen doch waren op dat moment een zichtbaar doel voor de Duitsers die
onmiddellijk het vuur openden. De BS-er Jan Koning werd dodelijk
getroffen terwijl Hendrik Zoer gewond aan de nek, wist te ontkomen.
In het vuurgevecht wat toen volgde, liep het slecht af voor de Duitsers.
Waarschijnlijk ongeveer 10 SS-ers, waaronder de Ortscommandant te Steenwijk,
lieten het leven zonder dat men resultaten boekte tegen de goed verdekt
gelegerde parachutisten. In de loop van de middag
werden uiteindelijk 11 gegijzelde burgers, in de leeftijd van 14 tot 62
jaar, bijeengebracht tegen de wal van de Algemeene Begraafplaats Diever.
Urenlang hebben ze hier moeten zitten. Even na acht uur 's avonds kwam de
SD-commandant van Steenwijk in een jeep op de plaats des onheils aan.
Tierend stapte hij uit, greep een automatisch vuurwapen en vuurde dit wapen
leeg op de gegijzelde mensen. Alleen Koop
Westerhof wist deze aanslag, zij het licht gewond, te overleven door
zich urenlang dood te houden.
De slachtoffers waren:
Hendrik Akkerman uit Diever, grondwerker.
Harman Bennen, uit Diever, veekoopman.
Klaas Daleman, uit Diever, postbode.
Jan Houwer, uit Diever, broodbezorger.
Nicolaas Houwer, uit Diever, landarbeider, en zijn zoon
Koop Houwer, uit Diever, landarbeider.
Roelof Hunneman, uit Diever, landarbeider.
Antonius Maria Gerardus Janssens uit Oss,
grondwerker,
en zijn broer
Joseph Antonius Cornelis Maria Janssens uit Berkel.
Kornelis Kerssies, uit Diever, landbouwer.
De volgende dag, 11 april, heerste in Diever grote verslagenheid. De
dames van de Rode Kruispost in Diever, onder leiding van wijlen mevrouw
Venema, hebben de lijken verzorgd waarna ze werden opgebaard in het
Schultehuus. In de loop van de dag begon een
gerucht dat de Duitsers zouden terugkomen steeds heviger te worden.
Rond de middag werd Dwingeloo bevrijd door het Canadese leger. De
Canadese commandant werd over de toestand in Diever ingelicht doch deze
verklaarde niets te kunnen doen zonder een brug, waarover zijn
gevechtswagens de Drentse Hoofdvaart konden oversteken. Het kon nog wel drie
dagen duren voordat de Canadese hoofdmacht, met het brugmateriaal, zou
verschijnen.In de nacht van 11 op 12 april werd, onder leiding van de
opzichter van Rijkswaterstaat te Dieverbrug, de heer R.Koers, en de
commandant van de Canadezen, met materiaal overgebleven van de Wittelterbrug
en met van elders aangesleepte materialen, een noodbrug geslagen bij
Dieverbrug door vrijwilligers uit Dwingeloo en Diever. In de vroege morgen
van 12 april 1945 staken de eerste gevechtswagens de noodbrug over en werd
Diever bevrijd!
Groot was de tegenstelling tussen de mensen die het feest der bevrijding
vierden en de mensen die rouwden om het geleden verlies van de hun
dierbaren.