door Jan Sloothaak (Trouw 2
oktober 1982)
De
elfde overleefde de executie
Tien april 1945. Bij het
kerkhof van Diever executeren de Duitsers elf dorpelingen. Tien inwoners van
dit Drentse dorpje sneuvelen, de elfde overleeft de executie. In het jongste
deel van de geschiedschrijving over de tweede Wereldoorlog. memoreert dr. L.
de Jong dit voorval nog eens, zij het summier. Met Koop Westerhof, de
overlevende, terug naar het kerkhof van Diever. Een relaas over een drama
dat zich voltrok aan de vooravond van de bevrijding.

10-10-1916 - Koop Westerhof - 18-09-1995
"Mijn buurman Roelof Hunneman
lag bovenop me. Hij stierf daar ook. Ik hoorde ze zeggen: deze twee maken we
met een schot wel dood." Het schot viel. Roelof Hunneman werd gedood. De onder hem liggende Koop Westerhof bleef
echter in leven. De kogel die ook hem van het leven had moeten beroven, kwam
in zijn heup terecht en zit er nu nog.
"De dokter zegt dat hij wel
kan blijven zitten zo lang hij geen botje raakt." zegt de inmiddels
65-jarige Westerhof. Weinigen zullen - net als
hij - kunnen navertellen hoe ze een executie
overleefden. Het verhaal
van de moordpartij in Diever waar de Duitsers elf mannen
voor de mitrailleur zetten. We zitten voor het raam van
het huis aan de Peperstraat waar de toen 28-jarige Westerhof indertijd ook
al samen met zijn moeder woonde. "Het gebeurde op 10 april, een dag voor we
bevrijd werden. Even verderop hadden de Duitsers zich ingekwartierd in de
gereformeerde school. Daar zat ook de uit Amsterdam afkomstige NSB'er Gert
van der Veen. Die ging er op een gegeven moment met twee koffers vandoor.
richting Steenwijk waar zijn zoon bij de SS was."
Jan Roosjes, zoon van het
schoolhoofd, hield hem tegen om de inhoud van de koffers te controleren. Dat
leidde tot een handgemeen. De NSB'er ging er vandoor, maar kwam later met de
Duitsers terug. Eerst een klein groepje, maar op een gegeven moment waren er
wel 250 Duitsers in het dorp vertelt Westerhof.
Er werden lukraak mensen
opgepakt. Roelof Hunneman en Koop Westerhof zagen
kans er tussenuit te knijpen naar het bos. Toen ze dachten dat het weer
veilig was. keerden ze terug. Dat bleek een fatale misrekening te zijn. Plotseling doken van achter enkele korenmijten twee Duiters op, die hen
oppakten en naar een auto-bunker brachten. Later werden de mannen naar een
kruispunt aan de rand van het dorp gebracht waar de andere opgepakte
dorpelingen
al zaten.
Kinderen
Bij de arrestanten zaten ook
twee broers uit Oss, evacueëtjes, van wie de jongste veertien was. De mannen
spraken weinig met elkaar. "Herman Bennen die
naast me zat, zei wel: "Als we vrij zijn kopen we eerst een borrel". Maar postbesteller Klaas Daleman zei: "We worden doodgeschoten." De mannen werden
gedwongen in een wagen te
stappen. Alleen een oude man van tachtig die het
niet meer aan kon werd achtergelaten. De Duitsers gebruikten geen geweld
maar schreeuwden en tierden geweldig. Het ging richting kerkhof. Onderweg
hield de vrouw van Klaas Daleman
de wagen nog aan.
Westerhof: "Ze stak gewoon de
hand op en de auto stopte." Ze gaf haar man een jas met de woorden: "Geef me
maar een hand want we zullen elkaar wel niet meer zien." Westerhof zelf
dacht eigenlijk dat ze naar Duitsland werden getransporteerd. Hij vertelt
zijn verhaal rustig, zegt ook nooit een moment van streek te zijn geweest.
"Ik heb er nooit last van gehad, geen nachtmerries of zo. ook nu nog .
Gelukkig niet."
In de herinnering van Westerhof stonden de elf mannen wel anderhalf uur met de handen omhoog tegen
de dijk die het kerkhof omringde. Op de vraag van een van hen werd gezegd
dat er iemand' uit Steenwijk zou komen om hen te verhoren. "Als iemand moest
plassen moest hij een vinger opsteken en dan mocht het. We voelden ons net schoolkinderen." Op een gegeven moment arriveerde een dichte jeep uit Steenwijk. Maar allerminst voor een verhoor.
Mitrailleur
"Er stapte zo'n boef uit die
zonder enige waarschuwing met een mitrailleur over ons heen maaide."
Alle mensen waren niet direct dood. Westerhof herinnert het gekreun om zich
heen van zijn getroffen dorpsgenoten. Zijn buurman was over hem heen
gevallen. De Duitsers wilden er een eind aan maken door iedereen een
genadeschot te geven. Er waren ook Nederlanders bij. Koop Westerhof
herinnert zich nog hoe in het Nederlands gezegd werd dat voor hem en zijn
buurman een schot wel voldoende was. "Maar of die
Nederlander ook schoot weet ik niet. Ik lag met mijn gezicht naar beneden."
Nadat het lugubere werk was
gedaan, bleef Westerhof muisstil liggen.
"Het was april.
Mooi weer, maar
wel koud. Ik voelde echter geen kou en probeerde
mijn adem in te houden. Als ze me zagen bewegen, was het toch nog met me gedaan." Na twee en een half uur hoorde Westerhof roepen: "Aanrukken, de
vijand komt." Alle geluiden verstomden. "Ik deed mijn klompen aan om harder
weg te kunnen rennen, maar toen bleek dat ik alleen maar kon kruipen."
Het drama had zich voltrokken
voor de ogen van een deel van het dorp. Mevrouw Houwer zag uit het raam van
haar huis hoe op vijfenzeventig meter afstand haar man Nicolaas en zoon Koop
werden afgemaakt. Koop Westerhof kroop haar huis
met opzet voorbij. "Ik kon daar toch niet aankomen. Hij kroop verder naar
een ander huis waar hij de nacht bloedend en zonder dat er medische hulp te
krijgen was op de vloer doorbracht.
Begraven
De volgende dag werd hij naar
het Rode Kruisgebouw in Diever vervoerd. Enkele weken later was hij
hersteld. De lijken van de doodgeschoten mensen werden door de dorpelingen
zelf opgehaald en in het Schultehuis opgebaard. Ze werden naast elkaar
begraven op het kerkhof waar ze ook de dood vonden.
Tot een jaar of 25 daarna is
er nog een herdenking gehouden. Er werden dan kransen op de graven gelegd.
In die tijd werd er ook nog veel over gesproken, nu niet meer zo veel." zegt Westerhof. Hij heeft zijn hele leven in de wegenbouw gewerkt, tot hij twee
jaar geleden de VUT in ging. Zijn vrouw leerde hij pas na de oorlog kennen.
De gebeurtenissen hadden plaats in de nadagen van de oorlog. De Duitsers
waren zenuwachtig en stonden zelf ook onder zware druk. Er hoefde maar het
minste of geringste te gebeuren of ze schoten mensen dood. Ook in andere
steden en dorpen werden mensen lukraak doodgeschoten. Het was in de tijd dat
het tweede Canadese legerkorps oprukte.
Parachutisten
Boven Drente werden overal
(meestal Franse) parachutisten neergelaten. Bij Appelscha en Diever kwamen
er zo'n vijftig neer. De nazi's dachten dat ook bij Diever het bos vol lag.
In werkelijkheid waren er maar acht. Er werden in de omgeving verscheidene
Duitsers doodgeschoten. Vlak voor de executie in Diever was de beruchte NSB-burgemeester Posthumus door de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in het
gemeentehuis opgepakt. De Franse parachutisten namen hem mee en bonden hem
in het bos aan een boom vast. In een rapport dat in 1949 werd opgemaakt en
dat nog in de archieven van de Stichting '40-'45 te Groningen ligt
opgeslagen, is te lezen dat de tactiek van de parachutisten tot levensgevaarlijke situaties voor de bevolking kon leiden.
"In Diever ontstond een
wonderlijke en hoogst gevaarlijke toestand. De BS was gedeeltelijk in actie,
verrichtte reeds enkele arrestaties, maar de parachutisten waren weer
teruggetrokken in de bossen (...) Op vele plaatsen, zoals te Diever en o.m.
ook te Hoogeveen leidde de tactiek der parachutisten bestaande uit kleine
overrompelende acties, echter tot grote rampen voor de burgerbevolking, die
ten onrechte op hen vertrouwde bij een tegenactie der Duitsers."
In Diever viel ook nog een
andere dode: de verzetsman Jan Koning, toen deze probeerde de parachutisten
te hulp te roepen. Hij werd gedood door een
Duitser, die op zijn beurt werd neergeschoten door een parachutist. Daardoor
kon een andere verzetsman, Hendrik Zoer, het bos toch bereiken. Diever werd
voor de tweede keer zwaar getroffen. In 1944 waren er al illegale werkers
massaal afgevoerd. Slechts één keerde terug uit het concentratiekamp. Op 11
april bleven de Duitsers weg en op 12 april werd de bevrijding van het dorp
officieel. De NSB'er Gerrit van der Veen, de aanstichter van het bloedbad,
werd later gearresteerd en in Diever opgesloten tussen een bevolking die
ziedend op hem was. Hij hing zich in zijn cel op, aldus het rapport van de
Stichting '40-'45.
Gerechtshof
Koop Westerhof is later nog
oog in oog komen te staan met de SD-commandant Badener, onder wiens verantwoordelijkheid de executie werd voltrokken. Voor het bijzonder
gerechtshof in Arnhem moest hij tegen hem getuigen. "Toen ik op een kaart
aanwijzingen gaf, zag hij nog kans me een tik op mijn handen te geven." En,
toch even emotioneel: .Als ik toen een revolver had gehad was ik in staat
geweest hem dood te schieten."
Meteen weer bedaard en kalm:
"Ik herkende hem meteen, maar hij ontkende. Dat zou ik ook hebben gedaan.
Later gaf hij toch toe." Badener, die veel doden in Frankrijk, België
en Nederland op zijn geweten had, werd in alle drie landen ter dood
veroordeeld en is in België gefusilleerd.
|