Zoeken
Familienaam:
Voornaam:
  • Email
  • Prive
  •    

     
     

     
     
     
     
    Zonder uit de strijd te zijn geweest heb ik steeds in de voorste gelederen gevochten, waarbij ik alleen een geweer te mijner beschikking had.

    Procesverbaal H.J.G.Vissers:  Procesverbaal opgemaakt, gesloten en ondertekend op 18 november 1950.

    Onderzoek mevrouw Vissers: Een antwoord van het Rode Kruis.

    Willy Riederer: Een brief van medegevangene Willy Riederer gericht aan de ouders van mijn vader over het leven als krijgsgevangene.

    Mijn onderzoek naar mijn vader zijn geschiedenis: Op mijn schrijven naar de Deutsche Dienststelle [ WASt ] kreeg ik het volgende antwoord.
     

     
     
     
    Procesverbaal H.J.G.Vissers                                                                      

    Ik Henricus Johannes Gerardus Vissers ben van Nederlandse nationaliteit. Ik bezat die nationaliteit althans op 10 mei 1940. Ik ben ongehuwd en ben timmerman van beroep. Ik heb lager onderwijs genoten en ik ben niet in het bezit van diploma's. Ik ben niet in dienst geweest van het Nederlandse leger. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland, woonde ik in de gemeente Oss op het adres Oyenseweg 35. Ik woon thans bij mijn ouders in op het adres Acaciasingel 29 te 's-Hertogenbosch. Ik stam uit een arbeidersgezin van zeven personen. Mijn vader is machinebankwerker van beroep.

    Mijn vader is in ongeveer 1942 als lid toegetreden tot de N.S.B. terwijl mijn moeder lid was der N.S.V.O. zijnde een onder-afdeling van de N.S.B. In 1943 mogelijk op 29 september 1943, ben ik ook als lid tot de N.S.B. toegetreden. Ik ben als lid toegetreden door de propaganda die er destijds werd gemaakt. *Mijn ouders hebben nimmer invloed op mijn toetreden uitgeoefend

    *Dit lijkt tenminste vreemd, gezien de geschetste N.S.B. achtergrond van mijn grootouders.

    Op hetzelfde tijdstip dat ik lid werd trad ik tevens toe als lid der W.A. [Weerafdeling] der N.S.B. Ik ben tot het einde van het bestaan lid gebleven, terwijl mijn lidmaatschap der W.A. automatisch ophield, toen ik in mei 1944 in dienst van de Waffen S.S. trad. De door mij aan de N.S.B. verschuldigde contributie werd automatisch door mijn ouders voldaan. Lid van de Nationale Jeugdstorm der N.S.B. ben ik nooit geweest. Ik weet niet meer welk stamboeknummer ik als lid van de N.S.B. had.

    Van september 1938 tot in januari 1940 werkte ik als slager op Hartogs vleesfabriek te Oss. In januari 1940 werd ik daar ontslagen wegens slapte in het bedrijf. Ik ben toen tot juli 1940 werkloos geweest. In juli 1940 kwam ik als leerling-timmerman in de Centrale Werkplaats te 's-Hertogenbosch. Daar ben ik geweest tot juli 1941. In juli 1941 ben ik vervolgens vrijwillig als timmerman gaan werken in een dorpje bij Diedenhofen in Duitsland. Ik heb daar tot 14 oktober 1941 gewerkt. Ik ging destijds in Duitsland werken omdat er in Duitsland behoorlijk geld te verdienen was, terwijl er in Nederland haast niet aan werk te komen was. Daarna heb ik in november en december 1941 nog vrijwillig als timmerman gewerkt in Bremen en Hamburg in Duitsland.

    Op 5 januari 1942 ben ik vrijwillig in dienst getreden van de N.A.D. [Nederlandse Arbeidsdienst]. Ik ben tot in april 1942 de juiste datum weet ik niet meer, in dienst van de N.A.D. geweest. In april 1942 heb ik vrijwillig dienst genomen bij de R.A.D. [Reichs Arbeitsdienst]. Ik moest hiervoor een verbintenis tekenen. Die vrijwillig aangegane dienst-verbintenis liep tot 14 november 1942. De foto, die u mij toont, is een foto die van mij genomen in het uniform van de R.A.D.. Tijdens mijn lidmaatschap deed ik in Rusland dienst en mijn werkzaamheden bestonden in Rusland in het aanleggen van wegen en om een indruk te krijgen van de toestand in Rusland. Na afloop van mijn dienstverband ben ik weer naar Nederland teruggekeerd.

    In januari 1943 heb ik mij vrijwillig aangemeld voor dienstneming bij de "Wach- und Schutzdienst" in Nederland. Van 6 januari 1943 tot 2 mei 1944 ben ik daar lid van de geweest. Ik droeg daar een zwart uniform en verrichte dienst op het vliegveld te Volkel in Nederland. Mijn dienst bestond in het bewapend met een geweer toezicht houden aan de poort van het vliegveld. Ik verdiende fl. 2000,- per jaar, hetgeen per maand werd uitbetaald. Als lid van de "Wach- und Schutzdienst" werd ik automatisch ook lid van het N.A.F. [Nederlands Arbeids Front].

    In 1943, mogelijk op 1 maart 1943, ben ik ook lid van de Nederlandse Volksdienst geworden. Tot op 2 mei 1944 ben ik lid van de N.V.D. geweest. Door het nationaal-socialistische milieu waarin ik destijds verkeerde en door de propaganda die er destijds tegen het communisme werd gemaakt. besloot ik in 1944 dienst te nemen bij de Waffen SS. Ik heb mij daar destijds vrijwillig te 's-Gravenhage bij een Duits aanmeldingsbureau voor aangemeld.

    Op 2 mei 1944 ben ik vervolgens vrijwillig in dienst getreden van het "Freiwilliger Legion Niederlanden" zijnde een bewapend onderdeel der Duitse Waffen SS. Op 2 mei 1944 ben ik als soldaat naar Duitsland vertrokken. Als soldaat der Waffen SS heb ik te Sennheim [Elzas], Slochau [Pommeren] in Duitsland en Graz [Oostenrijk] mijn militaire opleiding ontvangen en ik werd ingedeeld bij het regiment "Pantser-Grenadiers". Omdat er geen pantsers waren, werd ik in december 1944 als infanterist in de strijd in het Oosten ingezet. Van 6 december 1944 tot 25 januari 1945, nam ik daarna als infanterist daadwerkelijk aan de oorlog tegen de Russen deel aan het front te **Libau in Lithauen. In die periode heb ik steeds in de voorste gelederen gevochten, waarbij ik alleen een geweer te mijner beschikking had. Zonder uit de strijd te zijn geweest of gewond te zijn werd ik op 25 januari 1945 te **Libau in Lithauen door de Russen krijgsgevangen gemaakt.

    **Hier vergist men zich, want zoals bekend ligt Libau in Letland (Koerland). Het geeft ook een indruk van de geografische kennis van de opsteller van het procesverbaal. Lithauen nu gespeld Litouwen.

    Tijdens mijn africhting in Sennheim [Elzas], heb ik in groepsverband met anderen, de eed van trouw aan de Fuhrer. Adolf Hitler, afgelegd. Een bloedgroeponderzoek heb ik destijds wel gehad, doch een bloedgroepteken heb ik nimmer ontvangen.

    Na een korter of langer verblijf in een achttal krijgsgevangenkampen in Rusland, werd ik op 24 oktober 1950 naar Duitsland afgevoerd. Van 26 oktober 1950 tot 9 november 1950 verbleef ik in drie kampen te Berlijn en Friedland in Duitsland. Op 9 november 1950 werd ik vanuit Duitsland naar Nederland afgevoerd en kwam op 10 november 1950 in het kamp te Amersfoort. Op 12 november 1950 werd ik te Amersfoort in vrijheid gesteld en kwam op die dag weer thuis.

    Tijdens mijn verblijf in de Russische kampen had ik het de eerste drie jaar zeer slecht van eten en drinken. Naderhand is het beter geworden, doch de kleding is altijd zeer slecht gebleven. Tijdens mijn gevangenschap in Rusland ben ik steeds werkzaam geweest op fabrieken, waar landbouwmachines moesten worden gemaakt. Wij moesten tamelijk hard werken en stonden steeds onder controle van burgercontroleurs. Ik ben in de Russische kampen nimmer mishandeld geworden.

    Sinds mijn vrijlating op 12 november 1950 is het mij bekend dat ik inmiddels bij verstek ben veroordeeld. Hoe het vonnis precies is, weet ik niet. Ik verneem thans van u dat ik op 18 februari 1949 door de Kantonrechter te 's-Hertogenbosch wegens mijn politieke gedragingen tijdens de Duitse bezetting van Nederland, ben veroordeeld tot:

    1e.  een internering voor de duur van twee jaren en dat de internering voor een tijdsduur van achttien maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast; dat ik mij gedurende een proeftijd van drie jaren als een goed Nederlander moet gedragen;

    2e.  ontzetting van het kiesrecht en de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen.

    Toen ik vrijwillig in Duitse krijgsdienst trad, wist ik dat Nederland met Duitsland in oorlog was, doch vanwege de propaganda die er destijds van de zijde der N.S.B. tegen het communisme werd gemaakt, heb ik daar verder niet bij stilgestaan of nagedacht. Thans ben ik mij wel bewust dat ik mij door mijn gedragingen tijdens de Duitse bezetting van Nederland, heb gedragen in strijd met de belangen van Nederland en het Nederlandse volk. Destijds heb ik ook daar niet over nagedacht.

    Na voorlezing en volharding ondertekent verdachte zijn verklaring in concept. Verdachte Vissers is na verhoor en opgemaakt procesverbaal heengezonden. Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt dit procesverbaal, gesloten en ondertekend op 18 november 1950.

    Meer over Henricus Johannes Gerardus Vissers.  [Inlogcode gewenst]

    Naar boven

     

     
     
     
     
     
     
     
       
     
       
     



    Onderzoek mevrouw Vissers

    Een antwoord van het RODE KRUIS op een schrijven van mijn moeder omtrent informatie over mijn vader.

    Geachte mevrouw Vissers,

    Met referte aan uw schrijven d.d. 03-10-1990 aangaande bovengenoemde, het volgende.

    Blijkens aanwezige gegevens kan ik de door u gestelde vragen als volgt beantwoorden:

    Uw man blijkt als vrijwilliger in dienst te zijn getreden bij het Duitse legeronderdeel "SS-Pantsergrenadiers 6 K 11 Ausbildungsbatallion" welke in augustus 1944 het Oostenrijkse Graz-Wesselsdorf als laatste standplaats had.

    Alhoewel de exacte datum van gevangenname van uw man hier niet bekend is, doe ik u (in kopievorm) een afschrift toekomen van een brief welke een medegevangene van uw man -t.w.: Riederer Willy- op 23 februari 1949 aan uw schoonouders deed toekomen. Uit de brief blijkt dat de heer Riederer inwoner was van het Russische krijgsgevangenkamp lager 158/I in Tscherepowitz in Rusland, en dat hij uw man in dit kamp heeft gekend van de zomer van 1945 tot aan de dag van zijn onslag uit bovengenoemd kamp: 11 september 1946. 

    Vertrouwende u van dienst te zijn geweest,

                            Hoofd Archief

    Naar boven

    ________________________________________________
     

    De bewuste Brief van Willy Riederer.

    Zeer geëerde Heer Vissers

    In antwoord op uw schrijven wil ik u het volgende mededelen.

    Ik leerde uw zoon Harry Vissers in de zomer 1945 kennen in Russische krijgsgevangenschap in lager 158/I Tscherepowitz in Rusland. Harry was toen  23,24 jaar oud, afkomstig uit Oss waar hij het laats werkzaam was in een conservenfabriek. Ik schrijf u dit om u de zekerheid te verschaffen, dat het inderdaad om uw zoon gaat.

    Ik was ongeveer 1/2 jaar samen met Harry in een Arbeidscommando. In de lente van 1946 werd ik van Harry gescheiden, daar hij met andere Nederlandse kameraden in mei 1946 voor terugzending naar het Vaderland in aanmerking zou komen.

    Er waren toendertijd zowat 100 man in ons lager. Daaronder waren buiten Hollanders enkele Belgen, Noren en Denen. Doch het grootste deel waren Hollanders. Nadat alles voor de afreis in gereedheid was gebracht, werd hun
    kort voor de ontslagtermijn door het Russchische lagercommando verklaard: In Nederland bevonden zich een groot aantal deserteurs der Russische legers en Nederland weigerde deze aan de Sowjetunie uit te leveren. Als repressaille werden zij toen niet ontslagen.

    Met hun familieleden mochten zij ook niet in briefwisseling staan. De gevangenen van Duitse nationaliteit mochten in de herfst van 1945 naar huis schrijven. Doch mijn familie heeft nooit post van mij ontvangen, alhoewel ik haar meerdere malen geschreven heb.

    Om nu geen valse hoop bij u te wekken, moet u het mij niet kwalijk nemen als ik u de volle waarheid vertel over het leven, dat wij in Rusland leden.

    De gezondheidstoestand was bij 90% van alle gevangenen bij mijn ontslag uiterst slecht. Ik zelf woog 84 kg. Bij het begin van mijn gevangenschap en bij mijn ontslag 49 kg. Alleen daaruit kunt u zien, hoe erbarmelijk slecht de verpleging is. Daarbij moesten wij hard werken, dikwijls onder een temperatuur van minus 40-50 gr. De Hygienische toestand was zo, dat u het wel nauwelijks zult kunnen geloven. Wij waren met 250 man in barakken van 20 x 10m. ondergebracht. Voor iedere persoon was een plaats op een houten brits van 0.35 x 2m, zodat zelfs slapen op de rug niet mogelijk was. Daarbij kwam nog, dat in iedere barak honderduizenden wandluizen (ongedierte) aanwezig waren, die ons de toch al korte slaap ontroofden. Dit alles droeg ertoe bij, dat het sterftecijfer onder de gevangenen zeer hoog was.

    Op 11 september 1946, daags voor mijn ontslag, zag ik Harry nogmaals. Hij gaf mij de adressen van oma Vissers in Hilversum, alsmede het uwe, met het verzoek u en ook oma Vissers de groeten te doen en te zeggen, hoe hij het maakte.

    Enkele uren voordat ik het lager mocht verlaten en naar het station vervoerd werd, werden wij in speciale barakken ondergebracht. Daar werd ons verklaard: "Het is verboden adressen van kameraden, welke met ons in het lager vertoefden mee naar huis te nemen". Wij werden zorgvuldig onderzocht en ieder stukje papier beschreven of niet werd ons afgenomen. Ik heb toen alle adressen van kameraden (het waren er ongeveer 50) vernield om geen moeilijkheden te krijgen. Het adres van oma Vissers was een der weinige adressen, welke ik nog kende als ik op 15 oct. 1946 in het vaderland terugkeerde. Ik heb daarop direct aan oma Vissers geschreven. Uw adres wist ik niet meer en kon u dus geen bericht zenden.

    Ik heb in de herfst van 1946 en in de lente van 1947 aan Harry en ook aan andere kameraden geschreven, maar geen antwoord gekregen, zodat ik u niets verder kan melden, als dat Harry op 14.9.1946 in Tscherepowits U.D.ss.R. lager 158/I nog leefde.

    Daar u, zoals u mij meldt, tot dusverre niets van Harry hoorde, geloof ik niet, dat hij nog leeft. Het zal u hard vallen, dat ik u dit schrijf maar ik mag geen valse hoop bij u wekken.

    Probeert u het eens via het internationale Rode Kruis en schrijft u zelf aan Harry Vissers, Moskau, Rote Kreuz Postfach 158/I.

    Het zou mij zeer aangenaam zijn. Als u succes had en wat van Harry hoorde.

                                            Groetend,

                                                               Willy Riederer.

    Willy Riederer Wuppertal-Zgfd.

                           Deutschland.

    Naar boven

     

       
       



     

       
     
    Mijn onderzoek naar mijn vader zijn geschiedenis.

    Op mijn schrijven naar de Deutsche Dienststelle [ WASt ] kreeg ik het volgende antwoord.

    Sehr geehrter Herr Vissers,,

    Auf Ihren Antrag vom 03.09.2003 teile ich Ihnen mit, dass die Personalpapiere
    [Wehrpass, Wherstammbuch, Stammrolle, Soldbuch] Ihres Vaters hier nicht vorliegen; sie sind vermutlich durch Kriegseinwirkung verloren gegangen.

    Auch das erhalten gebliebene Schriftgut der ehemaligen deutschen Wehrmacht, das zum grössten Teil aus Erkennungsmarkenlisten und den dazu gehörenden Veränderungslisten besteht, enrhält  keine Aufzeichnungen über

    Henricus Johannes Gerardus Vissers, geb am 29.06.1924 in Den Bosch.

    Ich bedauere, nicht behilflich sein zu können.

    Mit freundlichen Grüssen
    Im Auftrag

    Naam medewerker WASt

    Verder was er een bijlage toegevoegd bij deze brief waar ik misschien wel informatie zou kunnen krijgen. Ik heb de zaak maar laten rusten zoals je kan zien aan de datum, inmiddels begint het weer te knagen bij me om dit onderzoek weer op te pakken. Vrijdag 18 januari 2008.

    Wordt vervolgd.

    Harry Vissers

    Startpagina  Naar boven

     

       
             
       

     

       
     

      
      

    This site powered by The Next Generation of Genealogy Sitebuilding

    Het is niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van de eigenaar, de foto's en/of de inhoud daarvan te verveelvoudigen of openbaar te maken.
    De eigenaar van deze website behoudt zich het databankenrecht, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Databankenwet, uitdrukkelijk voor.